Overzicht
Berglander
Kies een type
‘Berglander’ geeft grote tot zeer grote, onregelmatige appels die meestal breder dan hoog zijn, met één kant hoger dan de andere. De gladde schil is groen tot geel, met een rode blos aan de zonzijde en opvallende grijze stippen. Het witte tot geelachtige vruchtvlees is vast en vrij hard, matig sappig en aangenaam fris, met een lichte kaneeltoets. De pluk valt half oktober; de appel komt pas na de pluk op smaak en bewaart probleemloos van november tot maart. Te eten uit de hand, maar vooral sterk in de keuken en voor sap; traditioneel verwerkt in havermoutpap. Kenmerkend zijn de uitstekende natuurlijke bewaring en de grote robuustheid. Het ras is ook bekend als ‘Vlaamse Bellefleur’ of ‘Belle-Fleur des Flandres’. De boom groeit zeer krachtig met een brede, overhangende kroon en past het best als hoogstam of halfstam. Hij is nauwelijks vatbaar voor schurft, maar op oudere leeftijd en bij een te natte standplaats gevoelig voor kanker. Niet zelfbestuivend; neiging tot beurtjaren. Herkomst: België, Proostdij der Witheren in Denderwindeke (Ninove), eind 18de eeuw.



